Author Archives: raven

geselecteerd als gefixeerd bericht

Mail
Vragen? Opmerkingen? Gewoon even wat kwijt willen?
Mail ons dan.

Voor Raven kun je het mailformulier gebruiken.
Voor mijn Meester: totalcontrol_4@ hotmail.com

Van toegezonden mails zal niets op het weblog verschijnen.
Dus spreek vrijuit.

15 November 2006
By on 05:21
Een zonnestraal op een sombere dag.

Vanmorgen bij de tandarts geweest. Gewoon, even voor controle. En even mijn kroon vastplakken. Die was er vorige week voor de 20.000ste keer uit komen zetten.
Nou, dat viel tegen dus. Al met al is hij een uur met me bezig geweest. Kroon erin, kroon eruit. Beetje bijslijpen, kroon erin, kroon er weer uit…… 6 keer moest het opnieuw. Alsof er geen eind aan kwam. De 6e keer was het voor mijn gevoel nog niet je dat. Misschien moest ik er weer opnieuw aan wennen, dus we gokken het er maar op dat hij zo goed zit.
Moe weer terug naar het werk. Waar ik aangesproken werd door collega’s die enthousiast raadselachtige toespelingen maakten op het feit dat ik les ging geven.
Ik, lesgeven? Waar hadden ze het toch over. Dus maar even een gesprekje met de baas. Die was zichtbaar teleurgesteld, omdat ze het er graag zelf in een rustig gesprek met me over had willen hebben. Ze vroeg me na te denken of ik cursussen wilde geven over mijn ‘oude’ werkzaamheden. Ondanks het feit dat ik daar weggetreiterd ben zijn de bazen aldaar mij niet vergeten. Ze zoeken iemand die de kennis bezit en dit kan overdragen aan nieuwe en ervaren collega’s die bijspijkeren behoeven. Ze konden eigenlijk maar een naam bedenken. Mijn bazin beseft hoe emotioneel dit mogelijk bij mij kan zijn dus vraagt me dit rustig te overdenken.
Hier hoef ik eigenlijk geen twee keer over na te denken. Wat een kans!! Natuurlijk, de kans is groot dat ik ooit een van die ‘fijne’ collega’s in de schoolbanken krijg. Maar dan zijn de kaarten even anders geschud. Bovendien betaalt het een poepie meer salaris dus…..
Ik ben blij. Hartstikke blij.
Maar voorlopig doe ik maar even alsof ik vreselijk diep nadenk.

24 November 2005
By on 19:28
De maskerade duurt voort.

Vandaag een dag in de flat. Ik zag er al een beetje tegenop.
Dan kom je thuis en ik zag het meteen….. fiets gejat. Voor de zekerheid nog even in de kelder gekeken of er misschien een barmhartige Samaritaan zo vriendelijk is geweest hem daar veilig te stellen. Helaas, geen Samaritaan.
Dit is balen, jongens. Mijn fiets is mijn vervoermiddel. Boodschapjes, bezoekjes, alles in deze stad deed ik op de fiets. En nu rijdt er een of andere stinkjunk op mijn fiets. Woest kan ik hierom worden!
Brievenbus geleegd en naar boven. Bovenop de stapel post ligt een handgeschreven envelop.
De brief begint met een uitnodiging voor een etentje.
Om het heugelijke feit te vieren dat mijn moeder een week geleden haar vierde huwelijk heeft afgesloten.
Jawel, het serpent is al een week getrouwd. Afgelopen zondag kreeg ik nog haar verwijtende woorden over me heen. En nu blijkt mevrouw getrouwd te zijn zonder daar ook maar iets over te zeggen. En oh ja, of we dat willen komen vieren vlak voor de kerstdagen.
Ik kan hier dus met mijn pet niet bij!
Ze heeft pech. Met de kerst zitten wij lekker in Frankrijk. De groeten met haar partijtje. Want Frankrijk of niet, mij zal ze daar niet zien.
De maskerade duurt voort. Diep in mijn hart wil ik geen donder meer met dit hele zooitje te maken hebben.
Wat een rotdag.

22 November 2005
By on 19:12
Niets zo veranderlijk als een mens.

Na jarenlang zorgvuldig iedere denkbare uitnodiging te hebben ontlopen ben ik dit jaar maar gezwicht. Ik ga weer meedoen aan surprises maken.
Sinterklaas is aan mij eigenlijk niet besteed. Ik kreeg steeds meer een hekel aan die avonden van verplichte leukdoenerij. Zelf zat je uren aan een surprise, terwijl een ander je opscheepte met een doos vol stroop en watten. Zorgvuldig draaide ik altijd een gedicht in elkaar, om dan zelf twee regels te mogen ontvangen in de trant van: Sint was bij V&D, en nam voor jou een cadeautje mee. Natuurlijk, niet iedereen is gezegend met de aanleg mooie, leuke gedichten te schrijven. Maar kom op, jongens, een beetje moeite mag er wel aan besteed worden.
Dus een fix aantal jaren geleden nam ik het besluit hier niet meer aan mee te doen. Sint is voor de kleintjes en ik wens ze er heel veel plezier mee.
Maar ja, niets is zo veranderlijk als een mens. Want eenmaal tussen een stelletje bloedfanatiekelingen die er ieder jaar weer een kunststukje van maken…. dan werkt dat enthousiasme wel heel aanstekelijk.
Dus met een lootje in mijn zak loop ik nu al dagen te peinzen wat ik zal gaan maken. De gelukkige ontvanger is iemand die zich voorgenomen heeft heel rijk te worden. Overal ziet hij mogelijkheden en gaten in de markt. Hij werkt zich een slag in de rondte, dus lui is hij beslist niet te noemen. Hij werkt aan zijn streven, en telt ondertussen zijn centjes.
Pffffffffffffffffff waar blijft mijn inspiratie. Iemand een idee?

21 November 2005
By on 18:30
Maskerade

Mijn neefje was jarig en gaf vandaag zijn feestje. Niet bepaald iets om mij op te verheugen. Schreeuwende kinderen, plakkerige tafels van de cola, chips en allerhande lekkernijen.
Uitgebluste moeders wiens wereld niet verder strekt dan het gezin, de scholen en hun bijbaantjes.
En natuurlijk mijn fantastische familie. Dat alleen al zou een reden zijn om weg te blijven.
Maar hij viert vandaag zijn verjaardag, dus zal ik daar bij zijn. Voor hem.
Ik was de eerste. Een meevallertje omdat er dan gelegenheid is om even rustig bij te kletsen in een omgeving die mij goed gezind is. Tenminste, dat dacht ik. Binnen 5 minuten is er slaande ruzie. Verwijten over de manier waarop ik mijn leven lijdt. Deze aanval kwam uit onverwachte hoek en begreep ik totaal niet. Maar mijn zusje had geen oren naar mijn verzoek te respecteren hoe ik leefde en hoe ik dat in wilde richten. Verwijten vliegen over en weer.
Saved bij the bell. Het volgende bezoek kondigde zich aan. Mijn moeder met haar geweldige nieuwe vriend, met wie ze al een paar maanden samenwoont. Ja hoor, dat kon er ook nog wel bij.
Hypocriete lachjes en welkomstwoordjes, gevolgd door de bekende verwijten. Dat ik toch maar weer snel langs moest komen, want ik was toch wel heel lang niet geweest. Ik slik mijn woorden in en zoek een veilige hoek.
De nieuwe vriend kwam naast me zitten. Een zeer met zichzelf ingenomen mannetje die het gelijk van de wereld aan zijn kant heeft. Na een betoog van een kwartier over hoe geweldig hij wel niet van alles en nog wat gedaan heeft begint ook hij te koeren dat ik maar snel weer eens langs moest komen. Weer slik ik mijn woorden in. Mijn flat heeft hij namelijk nog nooit gezien. Hoera, de familie is nog een hypocriet rijker.
Ik probeer wat andere gesprekken op te vangen. Het gaat over kinderen, de scholen, nog meer over de kinderen en natuurlijk de scholen van de kinderen.
“En jij, zus?” ik schrik wakker en probeer me te herinneren waar het over ging. “Wat bedoel je? Ik heb het even niet gevolgd”, mijn woorden gericht aan de vragenstelster. “oh nee, laat maar”, was het antwoord, gevolgd door een pijnlijke stilte. De stilte duurt voort en er wordt wat ongemakkelijk gekucht en heen en weer geschoven op de stoelen.
“Wat dan?”vraag ik mijn zusje, die vervolgens een sussend gebaar maakt, ten teken dat ik maar niet meer om die vraag moet vragen.
Duidelijker had ze niet kunnen zijn. Ik wist gelijk wat de vraag inhield.
Peinzend kijk ik naar mijn hand. Twee korte lijntjes die de belofte van twee kinderen inhielden. Een belofte die niet uit gekomen is. Het verschil tussen bestemming en lot. En ik weet: begrijpen zullen ze het nooit.
Ik moet gaan. Hier wil ik niet meer zijn.

20 November 2005
By on 19:38
We gaan naar Frankrijk.

“Kom eens even kijken, Raven.” Hij zit voor de pc en ik zie op een afstandje dat hij foto’s bekijkt.
“Eerst even andere schoenen aan, hoor.” Klaag ik. Hoge hakken zijn leuk, maar niet als de dag op de Vierdaagse van Nijmegen heeft geleken.
“Kom dan maar ff hier zitten”, zeg hij, en klopt uitnodigend op zijn schoot. Mijn slofjes moesten dus maar even wachten.
Ik kruip op schoot en nestel me behaaglijk tegen hem aan. Heerlijk zo’n grote man.
“Hier neem ik je mee naartoe”. Langzaam klikken de foto’s voorbij.
Ik zie bergen, lachende mensen op terrassen, idyllische huizen, prachtige lavendelvelden, wijngaarden, skipistes, idioot grote supermarkten (hoeveel kassa’s zag ik? 53?), rare kiekjes van mensen die schijnbaar hun best doen zo raar mogelijk in beeld te komen. Rust, gezelligheid en saamhorigheid. Dat is wat ik zie.
We dromen samen even weg. Eindelijk gaan we samen naar Frankrijk. Naar de plek waar je hart ligt.
Ik heb er al zoveel over gehoord. Zo vaak heb ik afscheidswoorden geschreven als je daar de rust ging zoeken die je nodig had. En nu gaan we samen. Je wilt dat het ook mijn oase van rust wordt.
Samen zullen we daar de kerstdagen doorbrengen, tijdens de maaltijden vergezeld door zijn talloze vrienden. Lieve mensen die mij nu al op afstand in hun hart gesloten hebben. De warmte is op afstand voelbaar.
Ik kan het nog nauwelijks geloven.
WE GAAN NAAR FRANKRIJK!

19 November 2005
By on 13:16
Het leed dat Connexxion heet (1)

Zoals ik al eerder zei kan ik noeken vol schrijven over de dagelijkse reizen van en naar het werk. Is het niet Connexxion zelf die mij regelmatig ergert met hun rare regeltjes of het geklungel van hun chauffeurs, dan zijn het wel de reizigers die altijd goed zijn voor verbazing of verwondering.
Regelmatig zal ik hier over schrijven. Een betere inspiratiebron is er eigenlijk niet te vinden.

Het is vroeg. Achter het stuur een babbelzieke vrouw van middelbare leeftijd. Keurig permanentje, kleurige bril. Ze wil hipheid uitstralen, maar toont als de huismoeder die de bril van haar dochter geleend heeft.
Op de eerste bank schuin achter haar heeft mijn altijd enige ochtendpassagiere plaatsgenomen. Een klein Indisch vrouwtje die niet al te best Nederlands spreekt. Het eeuwige witte pak onder haar jas verraad dat ze iets in de verpleging doet. Net als ik neemt ze ‘s-morgens de eerste bus. Wetende dat we totdat zij uitstap de enigste zullen zijn in de bus.
Altijd zit ze op hetzelfde plekje achterin.
Behalve als de chauffeur in is voor een praatje. Dan zit ze voorin en babbelt honderduit. Niet dat je het kunt verstaan, hoor. Maar haar verhaal ondersteunend met wijde armgebaren en veel “jaaaaaaaaaa, jaaaaaaa’ begrijp je ongeveer wat ze bedoelt.
Het gesprek gaat van het slechte weer naar de kerstbomen die komen gaan. Van de kerstbomen naar de drukte ‘s-morgens vroeg. Van de drukte naar de belevenissen van de chauffeuse van de avond ervoor. Kwebbel, kwebbel, kwebbel.
Mijn ochtendhumeur wordt er niet beter op. Mijn MP3 zet ik een standje hoger. Maar het gekakel is niet buiten te sluiten zonder mijn trommelvliezen te beschadigen.
“Oh nee, hxe8″, Kakelt de chauffeuse, “Er brandt hier een rood lampje! Kijk dan, hiero!” En wijst een van de vele knoppen aan. Dan volgt er een discussie wat dat lampje met die driehoek wel niet zou kunnen betekenen.
Bij de volgende halte wordt gestopt. Wederom een discussie. Zou het kwaad kunnen? Wat zou het toch zijn, he? En mevrouw besluit een herstart van de bus te doen.
“Het wordt even donker, jongens!” schalt het door de bus. Tegen wie zou ze het hebben? Mij? Er zit immers verder niemand in de bus. De motor wordt afgezet en alles wordt donker. Een weldadige stilte, met slechts The Allan Parson Project in mijn oren laat ik even tot me doordringen. Pffffffff wat kan dat mens kletsen, zeg.
Helaas, dit was maar van korte duur. “Zouden er al 45 seconden voorbij zijn?” vraagt ze zich hardop af. Nu slaat de ergernis al lichtelijk bij me toe. De motor slaat aan. Ze heeft de gok blijkbaar genomen. Om tot de ontdekking te komen dat het verfoeide rode lampje nog steeds brandde.
Ik schud onbegripvol mijn hoofd. Dat heb ik weer. Weer een godsvermogen betaald op naar mijn werk te komen en ze presteren het om een wijf op de bus te zetten die niet eens weet hoe haar dashboard in elkaar zit. Damn, het zal eens een keer niet zo zijn.
Ze besluit te bellen met de centrale. Ze wil geen meter verder rijden voordat ze weet waar dat rode lampje voor is. Na een zin gezegd te hebben valt de verbinding weg. Batterij leeg. Gillend van de lach constateert ze dat dit niet echt haar dag is. Djeez, wat dacht je van de mijne?
Dan maar de centrale opgeroepen en als de eerste de beste leek op busgebied vraagt ze waar dat rode lampje voor is. Welk rood lampje? Die met die driehoek. Ik hoor de stem aan de andere kant een ongexefnteresseerde toon aannemen. Hij had geen idee over welk lampje ze het had. Gloeiende, dit kan toch niet waar zijn, jongens! Rijden met die barrel! Ga maar puzzelen als we er zijn ofzo!
Gexefrriteerd kijk ik naar buiten en zie een andere bus naast die van ons stoppen. Of ze hulp nodig had. Nou, die kon ze wel gebruiken.
Een potige vent stapt uit en constateert dat het iets is met een luchtbel in de deuren, weet ik veel. Nix aan het handje, dus. Opgelucht haal ik adem. We kunnen door.
De reis wordt weer aangevangen. Net als het gekwebbel. Het was toch allemaal wat, he?
Eindelijk is het Indische vrouwtje op de plaats van bestemming. ‘Dahaaaaaaaaaaaaaag’, zwaait ze naar de chauffeur. Dat doet ze iedere ochtend. “Dahaaaaaaaaaaaaaaaag!”
En nou oprotten! Ik ben al een kwartier te laat.

17 November 2005
By on 17:41
Misbruikt vertrouwen.

Ongelovig kijk ik naar het scherm. Voor mijn ogen de bevestiging van wat ik als vetrouwelijk praatje al had gehoord. Maar nu zag ik het voor me. Zwart op wit. Mijn ex heeft een andere baan.
Lekker belangrijk, zou je denken. In dit geval wel. Want het was uitgerekend die ex die de eerste keer dat ik hem belde over mijn andere baan nog benadrukte dat hij het zoooooooo vervelend zou hebben gevonden dit van een ander te moeten horen. En ja, diezelfde ex die zeer verbolgen reageerde dat hij niet als eerste gebeld was na mijn volgende baanwijziging, maar de dag erna. Hij had verwacht dat ik hem gelijk gebeld zou hebben. Niet dat ik dit met hem eens was.
En nu dit.
Toen de eerste boosheid gezakt was begon het me te dagen. Zijn vriendschap na onze scheiding is nooit een vriendschap geweest. Deze ‘vriendschap’ stelde hem in staat zicht te houden op wat ik deed. Waar ik het deed. Maar vooral om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen met wie ik het deed. Dat heeft hij nooit geweten, dat gaat hem niet aan.
Het laatste jaar werden de telefoontjes minder, de gesprekken opervlakkiger. Ik betrapte hem op een onschuldige leugen, daardoor wetend dat hij me niet meer in vertrouwen nam. Ik ken hem maar al te goed dus had al de conclusie getrokken dat iemand anders die plek had ingenomen.
Ik was oprecht blij voor hem. Tenminste, als dat zo was. Soms ving ik een roddel op, maar hij liet zich er nooit over uit. Ernaar vragen heb ik nooit gedaan.
Zijn telefoontje en kaartje met mijn verjaardag bleef uit. En nu dit. En wederom een onbevestigd bericht van een vriendinnetje. Deze optelsom is snel gemaakt voor me.
Ik hoop dat ze samen gelukkig zijn. Maar dat hij me zo als een baksteen zou laten vallen valt me meer dan vies tegen van hem. Het heeft me de ogen geopend.
Zijn vriendschap is nooit vriendschap geweest. Zijn controle over mij heeft hij nooit los kunnen laten. Nu een ander zijn ego kan strelen is zijn interresse weg.
Hoe heb ik zo naief kunnen zijn?
Ik hoef hem niet meer te zien. Zijn zgn. vriendschap wil ik niet. Dus wat mij betreft gaat er nu echt een hele, hele dikke streep onder.

16 November 2005
By on 18:33
Thuiskomst

Zoveel maanden verder. Om maar een lekker clichxe9 te gebruiken: de tijd is omgevlogen. Bewust lees ik niet meer terug met welke logs ik gexebindigd ben. Wat heeft het voor zin? Het is maanden geleden. Bijna een leven geleden.
Toch begrijp ik dat er nog steeds mensen zijn die regelmatig mijn log bezoeken. Dat verbaast me een beetje. Maar het vleit me tegelijkertijd.
Ik worstel met de woorden om te verhalen over de tijd die achter mij (ons) ligt en de huidige stand van zaken. Want er is zo verschrikkelijk veel veranderd.
Voor degenen die het zich afvragen: ja hoor, Meester en ik zijn nog steeds samen. Meer dan ooit.
Ondanks het feit dat ons samenzijn geheim moet blijven, zijn we elkaar steeds meer op gaan zoeken. Als de mot die in de verte de vlammen van zijn passie ziet. Het licht en de warmte zijn onweerstaanbaar. Het gevaar loert overal. Toch is er geen weerstand tegen te bieden.
We nemen de risico’s. Soms nemen we mensen in vertrouwen. Al was het maar om te voorkomen dat je helemaal gek wordt. Toch is de keuze van deze vertrouwenspersonen heel, heel selectief. Eigenlijk vertrouwen we niemand. Een foutje is snel gemaakt en de gevolgen zouden desastreus zijn. Kortgeleden liepen we door een winkelstraat, waarvan we wisten dat die redelijk veilig zou zijn. We botsen bijna op een cameraploeg met een lichte paniekgolf als gevolg. En zo wordt je weer met de neus op de feiten gedrukt. Nog steeds achterom kijken, nog steeds het risico gezien te worden.
Toch weerhoudt me dat niet nu bijna dagelijks bij hem te zijn. Mijn flatje bezoek ik slechts nog maar 1 a 2 dagen in de week. Meer omdat het moet vanwege de post, dan de behoefte in mijn eigen omgeving te zijn. Zijn huis is mijn omgeving geworden. Mijn thuis. Zijn bed is mijn bed. Met nieuw matras en al.
De afstand tussen dit huis en mijn huidige werk (ja ja, ze werkt nog steeds) is ong. anderhalf uur reizen met de bussen van Connexxion. Dat klinkt als een eindeloze reis, toch is het redelijk te doen. Tenminste, als de bus het op kan brengen om in dit gat normaal op tijd te rijden, of mijn abonnement te accepteren als een geldig abonnement. Over Connexxion heb ik boeken vol kunnen schrijven. Ongelooflijk hoe dat zooitje functioneert. Ik heb er soms geen woorden voor. Ach, altijd goed om een logje mee te vullen.

Onze liefde voor elkaar is gegroeid. Er is ruimte voor meer en door de veranderde omstandigheden zijn we meer en meer naar elkaar toegegroeid. Nog steeds wordt er veel gepraat, soms getwijfeld of dit alles wel bestemd is, om net zo hard hier om te lachen omdat we soms teveel voor de ander proberen te denken.

Dus hoe begin je dit log opnieuw? Misschien gewoon maar het draadje oppakken waar het nu ligt. Het concept zal niet veel veranderen. En mochten jullie zelf het draadje kwijt zijn….. vraag maar raak.
Kortom: Hoi allemaal, ik ben er weer.

15 November 2005
By on 20:08
Vereeuwigd in de sneeuw.

Het weerzien was weer als vanouds. Alleen deze keer mocht ik hem vanuit zijn eigen huis begroeten. Vreemd hoor, zo in je eentje rondlopen in een leeg huis. Maar het gaf me de gelegenheid even tot mezelf te komen en het huis klaar te maken voor een warm ontvangst. Lekker de ramen open om de frisse winterluchten binnen te laten. En een stofzuiger over de bank omdat de poezebeesten aan het ruien zijn.
Sneeuwballen tegen de ramen kondigden zijn terugkeer aan. Mij uitdagend mee te doen aan een nachtelijk gevecht. Maar na een heerlijk bad, en gekleed in makkelijke kleding en sloffen zag ik dat gevecht niet zitten. Toch holde ik naar de deur om in zijn armen te springen.
En bedacht me op het laatste moment. Dit manneke ken ik langer dan vandaag. Dus deed ik eerst het ganglicht aan om mijn komst aan te kondigen. Toen posteerde ik me achter de deur en zwaaide langzaam de deur voor mij open.
Mijn wantrouwen was terecht, want een regen aan sneeuwballen vloog de deur in. Veilig achter de open deur lachte ik hem uit. Voor dit soort geintjes moet je iets vroeger opstaan bij me.
Moet ik zo’n weerzien verder beschrijven? Vast niet. Veel liefde, veel verhalen, heel veel foto’s en veel wijn. Maar het belangrijkste van alles was dat hij weer veilig terug was. Veilig bij mij.
Als souvenir had hij een aantal gebundelde lavendeltakken en tijm meegenomen. Een prachtig souvenir uit de Provence. Ik ben dol op aandenkens die je door een blik of een geur even terug kunnen brengen naar waar je geweest bent. Deze takken waren een schot in de roos. Ik heb ze opgedeeld. Twee bundels hangen in zijn keuken, en twee bij mij op mijn flatje. Tot nu toe heb ik meerdere malen daags mijn neus begraven tussen de blaadjes om de heerlijke geuren op te snuiven.
Toen waren de foto’s aan de beurt. Als ik uiteindelijke een plaatje zie van een liefdesverklaring die hij voor me geschreven heeft in de sneeuw, schieten de tranen even in mijn ogen. Wat een prachtig geschenk! Mijn naam staat geschreven in de eeuwige sneeuw!
Zo lief. Zo onverwacht. Woorden schieten te kort. Hier moet en zal ik een afdruk van hebben.
Het weekend vloog voorbij en al veel te snel was het alweer zondagavond. De spanningen zijn het hele weekend door blijven sudderen, hoezeer ik me er ook tegen verzet heb.
Ik weet het, ik belast hem ermee. Dat is niet goed. Zoiets moet je achter je kunnen laten. Maar het vreet aan me. Werk betekent geld, en geld betekent vrijheid. Ik sta nu niet open voor bullshit verhalen dat je zonder geld ook gelukkig kunt zijn. Natuurlijk is dat zo. Maar voor mij betekent dat mijn flatje opgeven, tijd opgeven om de relatie met Meester te kunnen uitdiepen. En daar wil ik nu gewoon even niet van horen.
Dus met een bezwaard hart pakte ik mijn tas weer in. Het was tijd weer terug te keren naar de realiteit. Weer nam ik me voor het er niet meer met Meester over te hebben. Ik belast hem te veel. Wetende dat me dat toch niet gaat lukken.
Als we wegrijden vliegen de woorden weer over mijn lippen. “Dag huis. Dag…

7 March 2005
By on 18:11